De KB streeft naar een zo volledig mogelijke Nederlandse erfgoedcollectie in het Depot van Nederlandse Publicaties, maar vanwege de beperkte verwerkingscapaciteit zijn een aantal categorieën uitgesloten. Het gaat daarbij met name om periodieke uitgaven met een erg lokaal karakter (clubbladen, huis-aan-huisbladen). Boeken met een lokaal karakter, zoals jubileumboeken, gedenkboeken en historische uitgaven, worden wel opgenomen.

Verder geldt als criterium dat de publicaties meer moeten bevatten dan informatie voor eenmalig of kortstondig gebruik.

Voorbeelden van publicaties die niet in het Depot worden opgenomen:

  • Titels zonder ISBN worden vanaf 1 januari 2020 niet meer in papieren vorm maar uitsluitend digitaal opgenomen
  • Rapporten van de provinciale, regionale en lokale overheid met een ambtelijk karakter
  • Adviezen in briefvorm
  • (Afstudeer)scripties
  • Reclamemateriaal
  • Invulboeken en kleurboeken
  • Voorlichtingsmateriaal gericht op de eigen organisatie
  • Huis-aan-huis bladen
  • Posters
  • Spellen tenzij een spel onderdeel is van een publicatie zoals bijvoorbeeld bij leermiddelen
  • Publicaties met minder dan 8 pagina's tenzij de publicatie onderdeel is van een rapportenreeks

Geen proefschriften, archeologische rapporten en digitaal bij een universitaire repository gedeponeerde academische publicaties

In toenemende mate ontvangt de KB digitale publicaties, die zijn opgeslagen in andere portals (zoals www.narcis.nl) geautomatiseerd, waardoor het niet nodig is om de daarin opgenomen monografische publicaties zoals (archeologische) rapporten of proefschriften afzonderlijk op papier bij de KB te deponeren

De opnamecriteria gelden zowel voor op papier uitgegeven publicaties als voor digitale publicaties die via het webloket worden gedeponeerd. Zowel voor de via het webloket ontvangen publicaties als voor de papieren publicaties geldt de aanvullende beperking dat er geen losse artikelen kunnen worden gedeponeerd. Het is wel mogelijk om digitale artikelen op afspraak in bulk aan te leveren bij de KB.

Digitaal voorop

Zoals ook in het beleidsplan van de KB omschreven zet de KB digitaal voorop. Als weerslag hiervan verzoekt de KB de Nederlandse uitgevers om publicaties bij voorkeur in digitale vorm bij de KB te deponeren. Monografische publicaties zonder ISBN zullen vanaf 1 januari 2020 nog uitsluitend in digitale vorm worden opgenomen. Een uitzondering hierop wordt gemaakt voor bijzondere uitgaven zoals handgedrukte boeken de zogenaamde bibliofielen of kunstenaarsboeken vaak in kleine oplage. Voor deze categorie publicaties blijft het mogelijk om ook op papier te blijven deponeren.

De KB biedt aan uitgevers die zijn aangesloten bij het CB de mogelijkheid om hun e-books volautomatisch bij de KB te deponeren. Na beschrijving voor de Nederlandse Bibliografie worden de e-books net als alle andere digitaal gedeponeerde publicaties duurzaam bewaard in het e-Depot van de KB. De bij de KB gedeponeerde e-books worden pas ter inzage gegeven (onsite in de leeszaal van de KB) aan geregistreerde bezoekers van de KB nadat er een kopieerbeveiliging gerealiseerd is waarbij het niet mogelijk is om een kopie te maken, de publicatie te downloaden of te mailen. Omdat de technische faciliteiten hiervoor nog niet zijn ontwikkeld worden deze e-books op dit moment nog niet ter inzage gegeven. Voor meer informatie over het deponeren van e-books kunt u contact met ons opnemen via @email.

Geen bladmuziek

De KB heeft besloten geen bladmuziek meer op te nemen in haar collectie. Collectievorming voor bladmuziek is de afgelopen jaren om diverse redenen niet goed van de grond gekomen. Aanlevering is verre van volledig en het in retrospectief completeren van de collectie bladmuziek is geen haalbare zaak gebleken. De taak voor de borging van duurzame toegang tot bladmuziek past in de ogen van de KB beter bij (een samenwerkingsverband van) de muziekbibliotheken zelf waar de belangrijkste collecties al in beheer zijn. De KB wil bij de vorming van zo’n Nationaal muziekarchief een faciliterende rol spelen en neemt actief deel aan de gesprekken die hierover met stakeholders binnen de sector en met ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gevoerd worden.